Gerealiseerd resultaat

Wat is er veranderd?

Het wereldwijde cijfer voor opzettelijke levensberoving is op de langere termijn gedaald. Het VN-overzicht over 2026 noemt 5,1 slachtoffers per honderdduizend inwoners in 2024, tegenover 5,9 in 2015. Dat komt neer op ongeveer 14% afname. Door de sterfte aan het inwonertal te relateren blijft de vergelijking bruikbaar terwijl de wereldbevolking verandert.

Het gaat om één specifieke veiligheidsindicator: opzettelijke levensberoving. Oorlogsdoden en andere vormen van geweld worden anders gemeten en horen niet zomaar in dezelfde reeks thuis. De meeste regio’s zagen tussen 2015 en 2024 een daling, maar de niveaus verschillen sterk. De VN noemt voor 2024 bijvoorbeeld 19,3 slachtoffers per honderdduizend inwoners in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, tegenover 0,9 in Oost- en Zuidoost-Azië.

De waarde van de daling is niet dat ieder land of iedere buurt veiliger zou zijn geworden. Ze laat zien dat het risico in een brede mondiale maatstaf kan afnemen, ook wanneer de losse nieuwsberichten vooral de ernstigste gebeurtenissen tonen. Aan de cijfers alleen kun je niet aflezen welke maatregel overal de doorslag gaf. Wel geven ze een reden om gericht te onderzoeken waar verbetering lukt en daarvan te leren. Minder dodelijk geweld is geen abstract groeicijfer: het gaat uiteindelijk om levens die kunnen doorgaan.

Waarom dit hoop geeft

Een lagere wereldwijde kans op opzettelijke levensberoving is concrete vooruitgang in veiligheid.

Goed om te weten

Geen maat voor oorlogsdoden of alle geweld. Het wereldgemiddelde verbergt grote verschillen tussen landen en groepen.