Gerealiseerd resultaat

Wat is er veranderd?

Noord-Ierland registreerde in het statistiekjaar 2025/26 acht schietincidenten, tegenover achttien een jaar eerder. Volgens NISRA en de politie was dat het laagste aantal sinds de reeks in 1969 begon. Er waren ook geen veiligheidsgerelateerde doden, net als in 2024/25. In een gebied met een lange geschiedenis van politiek geweld zijn dat geen kleine voetnoten.

De statistiek maakt verschillende vormen van geweld afzonderlijk zichtbaar. Het aantal slachtoffers van paramilitaire schietpartijen daalde van acht naar één; bij paramilitaire mishandelingen waren er 21 slachtoffers, tegen 24 een jaar eerder. Dat laatste was het laagste niveau sinds 1983/84. Het gaat steeds om geregistreerde veiligheidsincidenten binnen de gebruikte afbakening, niet om alle criminaliteit in Noord-Ierland.

Niet iedere reeks ging dezelfde kant op: bomincidenten stegen van vijf naar negentien. Het positieve verhaal wordt sterker wanneer dat onderscheid zichtbaar blijft. Een gunstige daling hoeft immers niet aan te tonen dat overal alles goed gaat om betekenis te hebben. Voor bewoners is minder schietgeweld op zichzelf al een relevante verbetering. De cijfers beschrijven geen gegarandeerde toekomst, maar een bereikt jaarresultaat dat laat zien hoe ver sommige vormen van geweld onder hun historische niveaus kunnen komen. Vrede bestaat ook uit dit soort minder opvallende, meetbare veranderingen.

Waarom dit hoop geeft

Minder schietgeweld en minder paramilitaire slachtoffers zijn betekenisvolle verbeteringen in het dagelijks veiligheidsbeeld.

Goed om te weten

Specifieke politiestatistiek 2025/26. Bomincidenten namen toe; één gunstig jaar garandeert geen blijvende daling.