Gerealiseerd resultaat

Wat is er veranderd?

Nederlanders hebben in de lange meetreeks aanzienlijk meer levensjaren gekregen. Volgens VZinfo en CBS lag de levensverwachting bij geboorte in 2025 op 80,7 jaar voor mannen en 83,5 jaar voor vrouwen. In 1950 waren dat respectievelijk 70,3 en 72,6 jaar. De winst bedraagt daarmee voor beide groepen ruim tien jaar. Dat is een maatschappelijke verandering die moeilijk in één dagelijkse nieuwskop past.

Levensverwachting is een rekenmaat op basis van de sterftekansen in een bepaald jaar. Ze vertelt hoe lang een pasgeborene gemiddeld zou leven als die kansen zouden blijven gelden. Het is geen persoonlijke einddatum en ook geen garantie over de toekomst. Door dezelfde methode te blijven gebruiken, kunnen onderzoekers de ontwikkeling wel goed volgen.

Ook op oudere leeftijd is vooruitgang zichtbaar. Een man van 65 had in 2025 gemiddeld nog 19,5 levensjaren te verwachten, een vrouw 21,4. Na de terugval tijdens corona herstelde de levensverwachting; voor vrouwen lag ze ongeveer op het niveau van 2019. De lange lijn is niet elk jaar even steil, maar wel indrukwekkend. Meer jaren geven meer ruimte voor familie, plannen en activiteiten. Dat maakt zulke statistiek heel wat menselijker dan het woord ‘sterftekans’ doet vermoeden.

Waarom dit hoop geeft

De lange ontwikkeling betekent aanzienlijk meer gemiddelde levensjaren.

Goed om te weten

Periodelevensverwachting in Nederland; geen voorspelling voor individuele personen.