Wat is er veranderd?
Een vijfde verjaardag is wereldwijd een stuk minder onzeker geworden dan aan het begin van deze eeuw. Volgens de WHO was de kans om vóór die verjaardag te overlijden in 2024 nog 37,4 per duizend levendgeborenen. Dat is minder dan de helft van het niveau in 2000. Het gaat om een wereldgemiddelde, maar de verandering vertegenwoordigt voor gezinnen iets concreets: meer kinderen die hun eerste levensjaren overleven.
De vooruitgang is geen gevolg van één ontdekking. De WHO noemt onder meer vaccinaties, betere voeding, behandeling van kinderziekten en deskundige zorg bij de geboorte. Veel belangrijke doodsoorzaken, zoals longontsteking, diarree en malaria, zijn te voorkomen of te behandelen. Dat maakt bereikbare basiszorg zo belangrijk: de medische kennis moet ook terechtkomen bij het kind dat haar nodig heeft.
De cijfers laten tegelijk zien waar verdere winst mogelijk is. Bijna de helft van de sterfgevallen onder vijf jaar vond in 2024 plaats in de eerste 28 levensdagen. Zorg voor moeder en pasgeborene verdient dus veel aandacht. Sinds 2015 gaat de wereldwijde verbetering langzamer en de verschillen tussen regio’s blijven groot. Toch staat de lange lijn overeind: maatregelen die op zichzelf alledaags lijken kunnen samen miljoenen kinderlevens veranderen. Niet iedere doorbraak heeft een glimmend apparaat nodig.
Waarom dit hoop geeft
Meer kinderen overleven hun eerste jaren dankzij een combinatie van preventie en bereikbare zorg.
Goed om te weten
Wereldwijde schattingen tot 2024. Sterftekans per duizend geboorten is iets anders dan het absolute aantal overleden kinderen.



