Wat is er veranderd?
De zwarte neushoorn heeft een zwaar verleden achter de rug. Tussen 1970 en 1993 zakten de aantallen volgens International Rhino Foundation van ongeveer 65.000 naar 2.300 dieren. De richting is daarna omgebogen: het overzicht van 2026 noemt 6.788 dieren eind 2024, tegenover 6.195 in 2022. Over het eerste kwart van deze eeuw is de populatie meer dan verdubbeld.
Dat herstel komt niet doordat de neushoorn ineens minder interessant werd voor stropers. Beschermers zetten juist intensieve bewaking en gerichte verplaatsingen naar veiligere gebieden in. Zo kunnen dieren nieuwe groepen vormen en kunnen bestaande populaties beter worden beheerd. Dat is belangrijk bij een soort waarvan herstel traag verloopt: een vrouwtje krijgt doorgaans maar eens in de paar jaar een kalf.
De groei betekent meer dieren om verder herstel op te bouwen. Dat is tastbare winst, ook al blijft de soort kritiek bedreigd. De zwarte neushoorn is bovendien een eigen soort met een eigen trend; de aantallen mogen niet worden gebruikt om te zeggen dat alle neushoorns het goed doen. De hoop zit hier precies in het specifieke resultaat. Op plekken waar bescherming standhoudt, kan een dramatisch verlies worden gevolgd door een nieuwe groeifase. Er is dus werkelijk iets te beschermen én iets te winnen.
Waarom dit hoop geeft
Gerichte bescherming heeft een diepe achteruitgang helpen ombuigen naar langdurige groei.
Goed om te weten
Populatieschatting eind 2024, aangehaald in het overzicht 2026. Stroperij blijft de belangrijkste bedreiging.



