Wat is er veranderd?
De wisent is Europa’s grootste landzoogdier, maar dat imposante formaat beschermde hem niet tegen verdwijnen. In het begin van de twintigste eeuw waren er alleen nog dieren in gevangenschap. Vanaf de jaren vijftig begonnen herintroducties. Decennia later was de verandering groot genoeg om ook op de Rode Lijst zichtbaar te worden: in 2020 ging de soort van kwetsbaar naar bijna bedreigd.
IUCN rapporteerde een groei van de wilde populatie van ongeveer 1.800 dieren in 2003 naar ruim 6.200 in 2019. De beoordeling telde 47 vrij levende kuddes, met de grootste populaties in Polen, Belarus en Rusland. Dat herstel kwam voort uit langdurig beheer, waaronder het verplaatsen van dieren en het opbouwen van nieuwe groepen. Voor een diersoort die ooit nergens meer vrij rondliep is dat een flinke ommekeer.
Het vervolg draait om geschikt landschap en verbinding. Niet ieder dicht bos biedt genoeg voedsel, terwijl een uitstapje naar landbouwgrond botsingen met mensen kan opleveren. Open graslanden en ruimte tussen leefgebieden helpen om kuddes een stevigere basis te geven. Een wisent terugbrengen is dus niet alleen een kwestie van een groot dier ergens neerzetten. Het vraagt ook een landschap waarin het dier welkom kan blijven. Juist die combinatie maakt het Europese herstel interessant.
Waarom dit hoop geeft
Meerdere generaties beschermingswerk leverden opnieuw wilde kuddes op. Herstel kan tijd kosten en toch ver komen.
Goed om te weten
Dit achtergrondverhaal gebruikt cijfers tot 2019, gepubliceerd in 2020. Veel kuddes zijn geïsoleerd en blijven beheer nodig hebben.



