Wat is er veranderd?
Volgens Ember kwamen wind en zon in 2025 uit op 30% van de elektriciteitsproductie in de Europese Unie. Fossiele bronnen leverden samen 29%. Vijf jaar eerder bedroeg het aandeel van wind en zon nog 20%.
Zonnepanelen produceerden 369 terawattuur, ongeveer 20% meer dan een jaar eerder. Het was het vierde achtereenvolgende jaar met meer dan een vijfde groei. De zonnestroomproductie nam in iedere EU-lidstaat toe.
Een mijlpaal en de beweging erachter horen bij elkaar: steeds meer installaties leveren samen genoeg stroom om de verhoudingen te veranderen. Geen techniek meer voor alleen de liefhebber met een folder. Dit is een dragende pijler van de stroomvoorziening.
Waarom dit hoop geeft
De verschuiving is zichtbaar op de schaal van een heel continent. Nieuwe bronnen doen op grote schaal mee en de groei is over veel landen verspreid.
Goed om te weten
Deze vergelijking betreft elektriciteit binnen de EU, niet het totale energieverbruik. Weer, netcapaciteit en flexibiliteit beïnvloeden hoeveel stroom beschikbaar en bruikbaar is.



